Methodiek

METHODIEK: Professionele Re-integratie van personen met een hartprobleem tijdens revalidatie

Beoordeel dit item
(2 stemmen)

De methodiek: “Professionele re-integratie van personen met een hartprobleem” is een methodiek voor arbeidstrajectbegeleiders om personen met een hartprobleem te ondersteunen bij hun wedertewerkstelling tijdens de cardiale revalidatie.

[accordion]
[accordion_item title='Doel van de methodiek']

Aan de hand van de methodiek van professionele re-integratie van personen met een hartziekte kan langdurige uitval bij deze werknemers voorkomen worden (jobbehoud), nog voor deze doelgroep effectief een beroep gaat doen op compensatiesystemen.

Indien werknemers uitvallen, kan dankzij de methodiek van Professionele re-integratie van personen met een hartziekte vermeden worden dat zij blijvend een beroep doen op compensatiesystemen (re-integratie).

Doelstelling 1: (Micro-niveau)

Ontwikkeling en implementatie van een methodiek voor de individuele ondersteuning van werknemers met een hartziekte bij jobbehoud en re-integratie.

Doelstelling 2: (Meso-niveau)

Ontwikkeling en implementatie van een methodiek die trajectbegeleiders, werkgevers… concrete handvaten aanreikt om werknemers met een hartziekte tewerk te (blijven) stellen.

Doelstelling 3: (Macro-niveau)

Beleidsfocus op jobbehoud en re-integratie bij eigen werkgever verhogen om zo een actieve bijdrage te leveren aan de optimalisering van het huidige arbeidsmarktbeleid; en dit specifiek ten aanzien van werknemers die bedreigd worden met langdurige uitval als gevolg van een hartziekte.

[/accordion_item]
[accordion_item title='Essentiële principes van de methodiek']

1. Werkhervatting is haalbaar voor de meeste werknemers met een hartprobleem

De meeste werknemers met een hartprobleem kunnen na hun revalidatieperiode opnieuw aanknopen met werk. Door verbeterde behandelingen in de cardiologische wetenschappen kunnen meer mensen met hartproblemen hun carrière terug opnemen. Dit geldt echter niet voor alle hartpatiënten. Wanneer de prognose slecht is en het risico op herval groot, kan een terugkeer naar werk niet wenselijk zijn.

2. Snelle interventie

Langdurige gezondheidsproblemen en functionele beperkingen als gevolg van een hartprobleem leiden tot werkloosheid en in veel gevallen tot definitieve uitsluiting uit de arbeidsmarkt. Hoe langer een patiënt afwezig blijft van het werk, hoe kleiner de kans dat deze het werk bij de eigen werkgever ooit nog hervat:

• de kans dat werknemers na een afwezigheid van drie tot zes maanden het werk bij eigen werkgever weer hervatten is minder dan 50% 

• de kans dat werknemers na een afwezigheid van meer dan een jaar het werk bij eigen werkgever weer hervatten daalt tot 20%

• slechts een kleine 10% van de werknemers keert terug naar eigen werkgever na 2 jaar afwezigheid.

Door snelle interventie wordt vermeden dat werknemers als gevolg van een hartaandoening langdurig een beroep moeten doen op compensatiesystemen, zoals de ziekteverzekering, en invaliditeitsuitkering, en in de categorie “werklozen” en “non-actieven” terechtkomen.

Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat een snelle interventie de slaagkansen op re-integratie verhoogt. Tijdens het project hebben we weliswaar getracht om de ‘snelle interventie’ te nuanceren. Door steeds in overleg te gaan met de cardioloog, kinesist, verpleegkundige en de patiënt hebben we altijd voor het meest gepaste moment geopteerd om de medewerker terug aan de slag te laten gaan, in plaats van het snelste moment.

Wanneer vindt de interventie plaats?

Het is cruciaal om het re-integratietraject zo vroeg mogelijk op te starten.

a) Tijdens de hospitalisatiefase van de patiënt

De eerste stappen worden reeds gezet tijdens de hospitalisatiefase. Snel na de opname in het ziekenhuis wordt de patiënt op de hoogte gebracht over de mogelijkheden van de begeleiding bij het hervatten van het werk.

b) Tijdens de start van de cardiale revalidatie

Al snel na de start van de cardiale revalidatie ziet de hartpatiënt zijn krachten aanwinnen waardoor zijn/haar angsten afnemen. Tijdens deze periode wordt hij/zij aangesproken door de GTB-consulent en wordt bekeken op welke manier de werkhervatting kan gebeuren in de meest optimale omstandigheden.

Goede timing is belangrijk

Een goede timing van de (start van de) het traject is van belang. Te lang buiten het arbeidsproces staan kan leiden tot wederzijdse onthechting en tot een nieuw leefpatroon waarin het werk van minder belang is. Anderzijds zal een te snelle re-integratie, op een moment dat de patiënt, diens omgeving of werkplek er nog niet aan toe is, kunnen leiden tot teleurstelling en demotivatie van alle betrokkenen. In dit verband is het van belang om behalve voor onderschatting ook oog te hebben voor overschatting van de mogelijkheden door de patiënt.

Wanneer de werkhervatting ter sprake brengen?

Werkhervatting moet zo snel mogelijk ter sprake worden gebracht. Zodoende heeft de persoon met een hartprobleem meer tijd om zich mentaal voor te bereiden en kan er tijdig nagedacht worden door de trajectbegeleider over een interventieplan. Er moet voorkomen worden dat de periode van hartrevalidatie eerst volledig afgerond wordt voordat begonnen wordt aan het re-integratietraject. Er moet gestreefd worden naar werkhervatting tijdens de hartrevalidatie.

Gedeeltelijke werkhervatting is meestal mogelijk en wenselijk. Dat betekent dat de tijdstippen van de werkhervatting en de hartrevalidatie op elkaar afgestemd moeten worden.

Oorspronkelijk was het de bedoeling om het traject op te starten tijdens de hospitalisatiefase. Tijdens het uitvoeren van de eerste cases werd al snel duidelijk dat het maar aangewezen was om het traject tijdens de revalidatiefase op te starten. Op aanbeveling van de cardiologen en op basis van de eerste praktijkervaringen bleek zeer duidelijk dat deze aanpak niet wenselijk en niet opportuun is. De cardiologen wijzen er op dat de patiënt eerst voldoende moet herstellen en vooral op psychisch vlak terug iets sterker moet staan alvorens de eerste stappen naar werk gezet kunnen worden. Het traject gaat nu van start vanaf het moment dat de hartpatiënt bezig is met de revalidatiefase.

Tijdens de hospitalisatiefase wordt de patiënt wel al geïnformeerd over het project, zodat hij/zij gerustgesteld is met betrekking tot werkhervatting. Indien de patiënt al tijdens de hospitalisatiefase met vragen zit over werk, krijgt hij/zij wel al de nodige antwoorden. Deze gesprekken gebeuren niet met GTB, maar wel door het verplegend personeel, iemand van de sociale dienst, de verantwoordelijke van het cardiologisch revalidatieteam… Aan hen werden folders ter beschikking gesteld en zij werd geïnformeerd tijdens een presentatie over het project. Wanneer kandidaten voor het project reeds voor de revalidatie vragen willen stellen aan de GTB-trajectbegeleiders, kunnen zij hun contactgegevens terugvinden op de folder.

3. De snelheid van de werkhervatting hangt af van diverse factoren

De snelheid van werkhervatting varieert van persoon tot persoon en van het type job. Het is in het grootste belang voor de werknemer om dit zorgvuldig te bespreken met de arts of cardioloog. Hoe langer iemand ‘uit’ is ten gevolge van een hartprobleem, hoe moeilijker het is voor deze persoon om terug te keren naar de arbeidsmarkt. 

De snelheid van werkhervatting hangt af van:

a)    Het ziektebeeld

Vanzelfsprekend is het specifieke ziektebeeld een doorslaggevende factor of een persoon met een hartprobleem al dan niet op korte termijn het werk kan hervatten. Zo is de snelheid waarmee het werk hervat wordt, lager bij patiënten met een hartinfarct of overbruggingsoperatie dan bij andere cardiale aandoeningen. Soms is meer tijd nodig. Bijvoorbeeld bij complicaties kan bijkomende tijd nodig zijn vóór een terugkeer naar de job. Ook zullen in dit geval meerdere testen moeten plaats vinden.

b)    De fysieke vereisten van de job

Ook de fysieke vereisten van de job moeten in overweging genomen worden. Werknemers die tijdens het uitoefenen van hun job onderstaande activiteiten verrichten, dienen zorgvuldig te worden gevolgd:

  • Zware zaken tillen en te dragen
  • Trekken en te duwen
  • Scheppen  
  • Zware gereedschappen en apparatuur gebruiken
  • Andere fysiek veeleisende taken uitvoeren

c)     De werkomgeving/omstandigheden

De effecten van de werkomgeving dienen eveneens mee in rekening genomen te worden:

  • Zit of staat de werknemer frequent?
  • Voert de werknemer taken uit bij extreme temperaturen?
  • Is de werknemer blootgesteld aan dampen/gassen?
  • Geldt er een ploegendienst/shiften?

d)    Stress op het werk

Het is nodig om na te gaan of de werknemer met een hartprobleem stress ondervindt van deadlines, supervisie, werklast, collega’s… Deze aspecten dragen bij tot de snelheid van de werkhervatting.

e)    Voltijds of halftijds?

Het is aangewezen om de werkhervatting op te starten met een graduele terugkeer. De werknemer met een hartprobleem heeft er baat bij om opnieuw te beginnen met deeltijds werk. Het is immers bewezen dat dit een zeer succesvolle manier is om de stap naar de arbeidsmarkt te vergemakkelijken.

4. Betrokkenheid van alle actoren uit het netwerk rond de hartpatiënt is vereist

De kracht van de methodiek bestaat uit de multidisciplinaire aanpak waarbij de cardioloog, de verantwoordelijken van het cardiologisch revalidatiecentrum en de GTB-consulent samenwerken om de persoon met een hartprobleem optimaal te kunnen begeleiden.

5. Handhaving op het werk (jobbehoud), of snelle en gepaste terugkeer naar werk als het primaire doel

De werkplek is in de meeste gevallen de meest effectieve plaats is voor re-integratie. De methodiek beoogt jobbehoud en re-integratie van deze werknemers, in eerste instantie bij de eigen werkgever. Ervaren personeel blijft op deze manier inzetbaar op de werkvloer. Er blijft dus duidelijk nog sprake van een arbeidsrelatie tussen werknemer en werkgever.

6. De dienstverlening is laagdrempelig en niet-invasief

De GTB trajectbegeleider is op bepaalde tijdstippen aanwezig in de revalidatieruimte waar er de mogelijkheid is tot informeel contact. Dit maakt de toegankelijkheid veel groter. Door het informeel contact is er ook meer uitwisseling over het ‘beleven van hun hartprobleem’. De fysieke aanwezigheid verkleint de afstand tussen trajectbegeleider en klant.

Niet-invasieve werking: De aanwezigheid en de interventies door de GTB-consulenten in het cardiologisch revalidatiecentrum hebben geen verstorende invloed op de werking in het revalidatiecentrum.

7. Consultatie van en communicatie tussen alle betrokken partijen tijdens alle stadia van het proces

Communicatie is essentieel, dit kan: via formeel contact (volgens gemaakte afspraken, bestaande overlegmomenten, …) of via Informeel contact om meer uitwisseling te krijgen over het ‘beleven van de handicap’ en om vertrouwen te winnen van de partner uit de gezondheidszorg. Beide partijen gaan ten rade bij elkaar en wisselen expertise uit.

8. De terugkeer van werknemers met een hartziekte op het hoogst mogelijke niveau als streefdoel, met volgende hiërarchie:

• zelfde taak/job, zelfde werkgever;

• aangepaste taak/gelijkaardige job, zelfde werkgever;

• alternatieve taak/nieuwe job, zelfde werkgever;

• aangepaste taak/gelijkaardige job, andere werkgever;

• alternatieve taak/nieuwe job, andere werkgever;

• onbezoldigde arbeid: mantelzorg, vrijwilligerswerk…

9. Graduele terugkeer naar vorig werkniveau

Het is aan te bevelen om een graduele terugkeer naar het werkniveau van vóór de hartziekte te overwegen, in termen van taken en tijd. Dit kan leiden tot permanent halftijds werk of verminderde uren.

10. Het vrijwilligheidsprincipe is van toepassing

De begeleiding naar werkhervatting gebeurt steeds op vrijwillige basis. Wanneer de hartpatiënt om een of andere reden het niet haalbaar acht om het werk te hervatten, neemt de GTB-consulent geen verdere actie.

11. Maatwerk: Inhoudelijke en procesmatige ondersteuning van de werknemer en werkgever

Er wordt op vraag van de patiënt gewerkt. De trajectbegeleider volgt de methodiek maar deze kan eenvoudig worden aangepast aan de vraag, de situatie en het ziektebeeld van de patiënt.

De dienstverlening geldt voor zowat alle cardiologische ziektebeelden. De specifieke begeleiding is afhankelijk van het ziektebeeld. Zo spreekt het vanzelf dat een werknemer na een overbruggingsoperatie minder nood zal hebben aan arbeidspostaanpassingen dan bijvoorbeeld na een ernstig hartfalen.

12. Vermijden van risico’s tijdens het werk

Het is van belang dat werknemers met een hartprobleem in zo veilig mogelijke omstandigheden aan het werk zijn. Daarom dienen specifieke risico’s die bedreigend kunnen zijn voor de gezondheid vermeden te worden.

13. De methodiek is gebaseerd op de reguliere trajectbegeleiding van GTB

De rol van de trajectbegeleider binnen dit project is vergelijkbaar met de rol die hij speelt in de reguliere trajectbegeleiding, maar met enkele duidelijke verschillen en met gespecialiseerde kennis rond het begeleiden van personen met een hartprobleem.
Zie ‘Rol van de trajectbegeleider in een re-integratietraject’ + competentieprofiel.

De trajectbegeleider hanteert in elk traject het ‘GTB-trajectmodel’, wat flexibel kan worden aangepast aan de aard van het traject. Hieronder beschrijven we de belangrijkste verschillen tussen een regulier traject en een traject in het kader van het project ‘Hart voor Werk’.

De methodiek ‘Professionele re-integratie van personen met een hartprobleem’ houdt rekening met de aanwezige ervaring bij de dienstverlener. De methodiek vertrekt vanuit de standaardmethodiek van GTB en bouwt daarop verder. De standaardmethodiek bestaat al jaren bij GTB en heeft zijn succes reeds uitvoerig bewezen.

14. Als betaald werk niet meer mogelijk is, wordt de patiënt begeleid naar vrijwilligerswerk, of een andere zinvolle bezigheid

Het project ‘Een Hart voor Werk’ richt zich in eerste instantie op betaalde werkhervatting.

Een aantal personen met een hartprobleem zal echter omwille van ernstige functiebeperkingen tengevolge van hun ziekte nooit meer kunnen participeren op de betaalde arbeidsmarkt. De stuurgroep van ‘Een Hart voor Werk’ meent dat het voor deze personen aangewezen is om –indien haalbaar- alsnog te opteren voor onbetaalde arbeid. Onbetaalde arbeid kan verschillende vormen aannemen, onder meer vrijwilligerswerk, mantelzorg, huishoudelijke- en zorgtaken.

Onbetaald werk is vrijblijvender en er worden minder eisen gesteld aan het tempo en duur van de taken. Bovendien is de patiënt voor zijn of haar inkomsten er niet afhankelijk van.

Hervatting van onbetaalde arbeid dient gestimuleerd te worden wanneer dit bijdraagt aan de sociale participatie en de kwaliteit van leven van de persoon met een hartprobleem.

15. Belang van Interventiemaatregelen

Voor de re-integratie van werknemers met een hartaandoening blijken maatregelen die op de werkplek worden uitgevoerd bijzonder effectief te zijn. Rehabilitatie op de werkplek en aanpassing van de werkomstandigheden, de taken en/of de uren hebben een duidelijk positief effect op de kans op werkhervatting (of verkorten de duur tot werkhervatting).

16. De methodiek is toepasbaar op andere ziektebeelden

Reeds in 2013 heeft GTB in de praktijk aangetoond dat de ontwikkelde nieuwe dienstverlening op eenvoudige wijze transfereerbaar is naar andere revalidatiecentra, en zelfs naar andere ziektebeelden. Pilootprojecten in verschillende revalidatiecentra werden opgestart. (motorische handicap, MS-patiënten, geestelijke gezondheidsproblemen..)

[/accordion_item]
[/accordion]

Contact informatie

Adres

Collegestraat 60
2300 Turnhout

Telefoonnummers

+32 (0)498 15 60 51

+32 (0)14 72 86 56

Navigatie

  • Over ons
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Privacy Policy
  • Copyright
  • Methodiek
  • Partners
  • Events

ESF Validatie