Hartrevalidatie

Hartrevalidatie als opstap naar tewerkstelling

Beoordeel dit item
(1 Stem)

[accordion][accordion_item title='Inleiding']

Na de hospitalisatiefase moet de persoon met een hartprobleem opnieuw aan conditie winnen. Dit gebeurt in het cardiologisch revalidatiecentrum, waar de patiënt in groep gedurende meerdere sessies per week een programma volgt.

Tijdens deze revalidatieperiode start het traject om de personen met een hartprobleem opnieuw te begeleiden naar werk.

In deze paragraaf willen we nader ingaan op de doelen en effecten van hartrevalidatie, evenals de link tussen hartrevalidatie en werkhervatting.

[/accordion_item]
[accordion_item title='Definitie van cardiale revalidatie']

Hartrevalidatie is de zorg die na een acute behandeling wordt aangeboden aan patiënten die een cardiaal incident doormaakten. De Amerikaanse Public Health Services hanteert een uitgebreide definitie voor hartrevalidatie, die tevens de definitie van de World Health Organization (WHO) omvat:

Hartrevalidatie bestaat uit samenhangende lange-termijn-programma’s, omvattende medische evaluatie, voorgeschreven oefeningen, beïnvloeding van cardiale risicofactoren, geven van psychische counseling, voorlichting en advies; deze programma’s zijn ontworpen om de fysiologische en psychische gevolgen van de cardiale aandoening te beperken, het risico van plotselinge dood of nieuwe infarcten te verminderen, cardiale symptomen onder controle te houden, atherosclerotische processen te verminderen of tenminste te stabiliseren en ten slotte het psychosociale welbevinden en de deelname aan het arbeidsproces te bevorderen; de voorzieningen beginnen tijdens de opname in het ziekenhuis, ze worden

gevolgd door een programma tijdens de poliklinische fase in de daaropvolgende drie tot zes maanden, daarna volgt een stadium van levenslang onderhoud waarin fysieke training en vermindering van risicofactoren worden bewerkstelligd in een situatie zonder of met minimale supervisie (Feigenbaum 1987).

[/accordion_item]
[accordion_item title='Positieve effecten van hartrevalidatie']

Er is inmiddels overtuigend bewijs voor de positieve effecten van hartrevalidatie in termen van verminderde morbiditeit, mortaliteit, verbeterde kwaliteit van leven en kosteneffectiviteit (Ades 1997, Oldridge 1997, Lowensteyn 2000, Papdakis 2005, Lee 2007, Piepoli 2010).

[/accordion_item]

[accordion_item title='3 fasen van hartrevalidatie']

Bij de zorg voor personen met een hartprobleem onderscheiden we drie op elkaar volgende fasen:

1)  Fase I of klinische fase

Deze begint onmiddellijk na een acuut cardiaal incident zoals een hartinfarct, een eerste manifestatie van angina pectoris of hartfalen, en/of een acute opname in een ziekenhuis vanwege een andere cardiologische aandoening. In deze fase verwijst de behandelend cardioloog de patiënt door naar het hartrevalidatiecentrum.

2)  Fase II of revalidatiefase

Deze sluit aan op de klinische fase, en begint na ontslag uit het ziekenhuis. Omdat het verblijf in het ziekenhuis na een cardiovasculaire gebeurtenis steeds korter duurt, stijgt het belang van een goede opvang in deze tweede fase. Onderdelen van deze fase zijn het verzamelen van gegevens voor de indicatiestelling (waarin de patiënt op risico’s gescreend wordt), het vaststellen van de doelen van de hartrevalidatie (indicatiestelling), en het aanbieden van één of meer interventies (groepsinterventies en individuele behandeling). Een evaluatie sluit deze fase af. Hartrevalidatie wordt altijd aangeboden onder de eindverantwoordelijkheid van een cardioloog.

3)  Fase III of postrevalidatiefase

Deze fase, ook wel nazorg genoemd, sluit aan op de revalidatiefase. De aandacht is in deze fase vooral gericht op overdracht naar de huisarts (mogelijk via de behandelend cardioloog), het behoud van de in fase II ingezette leefstijlveranderingen, bescheiden follow-up van psychische symptomen en indien nodig behandeling van psychische symptomen die langere tijd na het incident optreden.

[/accordion_item]
[accordion_item title='Uitgangspunten bij hartrevalidatie']

De manier waarop een hartrevalidatieprogramma wordt vormgegeven, verschilt van situatie tot situatie. Er vallen echter wel een aantal belangrijke algemene uitgangspunten voor een hartrevalidatieprogramma te formuleren:

Zorg op maat

Uit onderzoek blijkt dat het effectiever is om voorlichting en begeleiding te laten aansluiten op iemands individuele situatie en behoeften, dan om alle personen met een hartprobleem hetzelfde programma in zijn geheel te laten doorlopen (Linden 1996, Dusseldorp 1999, Piepoli 2010).

Daarom is het belangrijk om de individuele situatie goed in kaart te brengen.

Meerwaarde van groepsverband

Het aanbieden van een revalidatieprogramma in groepsverband waarin naast fysieke training ook psychosociale elementen zitten − zoals een groepsprogramma voor patiënt en partner dat gericht is op voorlichting, het bevorderen van gezond gedrag en het bieden van sociale ondersteuning − biedt duidelijke meerwaarde (Ornish 1998). Het voordeel van trainen in groepsverband is de aanwezigheid van lotgenoten. Het delen van ervaringen kan het belang van de boodschap onderstrepen en gedragsverandering bevorderen (Velicer 1999).

Meerwaarde van multi- en interdisciplinair werken

Hartrevalidatieprogramma’s die multidisciplinair en gecoördineerd worden aangeboden, leveren resultaten op die de optelsom van de afzonderlijke onderdelen overstijgen (AHCPR 1995, Piepoli 2010).

Afstemming met zorg binnen, buiten en na de hartrevalidatie

Door specifieke kennis kan het hartrevalidatieteam de patiënt begeleiden in de afstemming met de zorg die hij niet direct van het hartrevalidatieteam krijgt. Voorbeelden zijn: behandeling van ernstige psychische problematiek door de psychiater, begeleiding bij arbeidsre-integratie door de arbeidsgeneesheer, begeleiding door de revalidatiearts bij complexe problematiek en begeleiding door de huisarts na de hartrevalidatie. Hiermee wordt een integraal zorgaanbod met meer continuïteit van zorg beoogd. De samenwerking met GTB in het raam van dit project betekent in die zin een belangrijke toegevoegde waarde, met name door het bieden van ondersteuning bij werkhervatting. In het verleden was deze afstemming immers vaak te beperkt.

Kosteneffectiviteit hartrevalidatie

Al langere tijd is bekend dat de meeste economische evaluaties van hartrevalidatie laten zien dat hartrevalidatie een kosteneffectieve behandeling is (Oldridge 1998, Ades 2001, Piepoli 2010). In totaal zijn 24 studies gevonden met betrekking tot kosteneffectiviteit van hartrevalidatie. Op basis van vijf systematische reviews (Ades 1997, Oldridge 1997, Lowensteyn 2000, Papdakis 2005, Lee 2007) en een meer recente studie (Kruse 2006) van matige tot goede kwaliteit kan geconcludeerd worden dat zowel hartrevalidatie in multi-disciplinaire vorm (met name secundaire preventie en bewegingsprogramma’s) alsook bewegingsprogramma’s kosteneffectief zijn voor patiënten met coronaire hartziekten. Dit wordt vooral verklaard door vermindering van het aantal cardiovasculaire opnames en een kortere opnameduur.

[/accordion_item]
[accordion_item title='Doelen van hartrevalidatie']

Hartrevalidatie kent vier typen doelen: fysieke, psychische, sociale doelen en doelen met betrekking tot risicogedrag.

1)  Fysieke doelen

Leren kennen van eigen fysieke grenzen

De patiënt moet leren wat zijn fysieke belastbaarheid is. Dit gebeurt door hem te confronteren met zijn objectieve grenzen, zodat hij hiermee in het dagelijkse leven kan omgaan.

Leren omgaan met fysieke beperkingen

De patiënt wordt geconfronteerd met zijn fysieke beperkingen zodat hij hiermee leert om te gaan in verschillende bewegingssituaties en bij diverse vormen van belasting. De acceptatie van de beperkingen door de patiënt is hierbij een voorwaarde. Hier ligt ook een belangrijke taak voor het hartrevalidatieteam, met name ondersteuning bieden in het aanvaardingsproces.

Optimaliseren van inspanningsvermogen

Het verbeteren van de belastbaarheid van de patiënt, om ervoor te zorgen dat hij weer kan functioneren op het gewenste of haalbare niveau in ADL (Activiteiten Dagelijks Leven), werk, sport en/of hobby. In een hartrevalidatiecentrum wordt dit inspanningsvermogen op een geleidelijk tempo opgebouwd, aangepast aan de individuele gezondheidstoestand. Overschatting maar ook  onderschatting van de eigen mogelijkheid wordt hierdoor vermeden.

Overwinnen van angst voor inspanning

Na een cardiaal incident is de eigen inschatting van het inspanningsvermogen vaak geringer dan de objectief gemeten conditie. De patiënt is bang het risico op hartklachten te vergroten door inspanning, en legt zichzelf hierdoor onnodige beperkingen op (bijvoorbeeld door af te zien van seksuele activiteit). Deze beperkingen kunnen het bereiken van de hartrevalidatiedoelen bemoeilijken. Door behandeling van de onderliggende klachten kunnen deze beperkingen weggenomen worden. De samenwerking tussen hartrevalidatie en een psycholoog kan hier een meerwaarde bieden.

2)  Psychische doelen

Overwinnen van angst voor inspanning

Zie ook hierboven bij fysieke doelen. Het overwinnen van de angst voor inspanning is zowel een fysiek als een psychisch doel.

Herwinnen van emotioneel evenwicht

Na een cardiaal incident is het emotionele evenwicht vaak (enigszins) verstoord. Dit kan gepaard gaan met lichte stressklachten (slechter slapen, moeheid, enige emotionele labiliteit). De meeste patiënten hebben steun nodig bij het hervinden van het emotionele evenwicht. Zij kunnen ook ernstigere klachten uiten zoals slaapstoornissen, continue moeheid, hostiliteit, emotionele labiliteit, libidoverlies, eetstoornissen en concentratie-problemen. Dit kunnen depressieve symptomen en/of angstsymptomen zijn en mogelijk aanwijzingen zijn voor een depressieve stoornis en/of angststoornis. Zonder behandeling kunnen deze symptomen blijven bestaan of verergeren. Effectieve behandeling geeft bovendien verbetering van de cardiale morbiditeit en mortaliteit en kwaliteit van leven. Tevens is een goed emotioneel evenwicht een randvoorwaarde om alle hartrevalidatiedoelen te bereiken. Deze thema’s kunnen behandeld worden door de psycholoog die verbonden is aan de hartrevalidatie. Deze kan op zijn beurt verwijzen voor meer gespecialiseerde begeleiding, indien dit aangewezen is.

Uit de ervaringen van GTB kunnen we concluderen dat het thema ‘werk’ voor velen ook een emotioneel beladen thema is. Daarom is het erg zinvol dat dit thema reeds besproken kan worden tijdens de revalidatiefase.

Op een functionele manier omgaan met hartziekte

Bij het op een functionele manier leren omgaan met een hartaandoening leert de patiënt om rekening te houden met de ziekte zonder zichzelf onnodig te beperken. Ontkenning van de hartziekte en onderschatting van de gevolgen kan herstel van het emotionele evenwicht in de weg staan. Bovendien verslechtert dit de therapietrouw aan fysieke, sociale en leefstijldoelen met een slechtere cardiovasculaire prognose tot gevolg. Ook kunnen overbezorgdheid en overschatting van de gevolgen van de hartziekte leiden tot onnodige beperkingen in functioneren en sociale participatie, met als gevolg een lagere kwaliteit van leven. Dit is eveneens bepalend in het traject naar werk, het is een voortdurend zoeken naar evenwicht tussen wat iemand nog kan, wat iemand nog mag,… zonder iemands mogelijkheden te gaan over- of onderschatten. Door multidisciplinair overleg te plegen trachten we hierin een zo realistisch mogelijk evenwicht te vinden.

3)  Sociale doelen

Herwinnen van emotioneel evenwicht binnen relatie, gezin en/of sociale omgeving en werk

Sociale steun van partner, gezin en sociale omgeving van de patiënt dragen in belangrijke mate bij aan het herstel en een gunstigere cardiovasculaire prognose. De relatie met de omgeving verandert echter onder invloed van het cardiale incident, met mogelijk negatieve consequenties. De partner van een hartpatiënt of mensen in zijn/haar sociale omgeving kunnen betuttelen, overbezorgd of vermanend gaan optreden, of juist teveel van de patiënt verwachten. Dit kan de patiënt onnodig beperken of onnodig belasten. Vaak moet daarom een nieuw evenwicht gevonden worden. Het is dus belangrijk dat aandacht besteed wordt aan het behouden en/of verbeteren van de sociale steun. Problemen bij het vervullen van sociale rollen zijn vaak secundair aan lichamelijke beperkingen en/of psychische problemen. Niettemin leidt hervatting van rollen tot een verhoging van de levenskwaliteit. Bovendien verwacht de sociale omgeving dat de patiënt zijn rollen weer hervat.

Optimale hervatting van vrijetijdsbesteding

Hobby’s en sportactiviteiten zijn meestal belangrijke vormen van vrijetijdsbesteding. Het gevoel van zelfcontrole kan voor de patiënt vergroot worden door in een vroeg stadium te bespreken wat weer opgepakt kan worden. Dit doel draagt ook bij aan het onderhouden van een lichamelijk actieve leefstijl.

Herwinnen van emotioneel evenwicht door de directe omgeving en voorkomen van negatieve effecten op de gezondheid van de patiënt

Het meemaken van een cardiaal incident en de gevolgen daarvan voor de hartpatiënt kan ook negatieve gevolgen hebben voor de (mentale) gezondheid en kwaliteit van leven van de partner of andere direct betrokkenen.

4)  Doelen met betrekking tot het beïnvloeden van risicogedrag

Bekendheid met de aard van de ziekte en de risicofactoren

Risicoreductie begint met het in kaart brengen van de risicofactoren van de individuële patiënt en de inschatting van zijn risico op grond daarvan. Vervolgens kan met de patiënt samen bepaald worden welke acties haalbaar zijn om het risico te verminderen en welke ondersteuning daarbij nodig is.

Stoppen met roken

Alle betrokken disciplines moeten de patiënt aanmoedigen om het roken te staken. De arts is ervoor verantwoordelijk dat met de patiënt een plan van aanpak wordt besproken. Interventies door gezondheidszorgprofessionals verhogen de kans op succesvol stoppen. Intensieve gedragsinterventies die al in de ziekenhuisfase beginnen, hebben een gunstig effect op het stoppen-met-roken resultaat. Ondersteuning van naasten (sociale steun) bij het stopproces draagt eveneens bij aan een groter succes van de stoppoging. Het bespreekbaar maken van rookgedrag en het aanbieden van ondersteuning bij stoppen met roken levert een belangrijke bijdrage in de hartrevalidatie.

Ontwikkelen en onderhouden van een lichamelijk actieve leefstijl

Alle patiënten moeten worden aangemoedigd om op een veilige manier hun lichamelijke activiteit te verhogen. Een lichamelijk actieve leefstijl helpt bij het verminderen van lichaamsgewicht, verhoogt het HDL-cholesterolgehalte, verlaagt het triglyceridegehalte, verhoogt de gevoeligheid voor insuline bij patiënten met diabetes en helpt bij het normaliseren van de stollingsfactoren in het bloed.

Ontwikkelen van een gezond voedingspatroon

De relatie tussen voeding (inclusief alcoholgebruik) en het risico op (nieuwe) hart- en vaatziekten moet benadrukt worden door de behandelende artsen. Een screeningsconsult bij een diëtist kan helpen om het eigen voedingsgedrag te evalueren en algemene informatie over voeding bij hart- en vaatziekten te vertalen in persoonlijke voedingsdoelen.

Het veranderen van voedingsgedrag is doorgaans complexer dan het besluit om meer te gaan bewegen of te stoppen met roken. Huisgenoten en familieleden spelen een belangrijke ondersteunende rol bij het veranderen van voedingsgedrag – denk aan het inkopen en bereiden van voedsel – en dienen zeker bij de behandeling betrokken te worden.

Ontwikkelen van therapietrouw aan medicatie

Risicoreductie kan betekenen dat de persoon met een hartprobleem medicijnen krijgt voorgeschreven. Therapietrouw wordt bevorderd door uitleg over het te verwachten effect van de medicatie en door een duidelijke instructie voor het gebruik ervan. Het is ook belangrijk het effect van de medicatie op bijvoorbeeld de bloeddruk of het serumcholesterol-gehalte regelmatig met de patiënt te evalueren en eventueel doseringen bij te stellen.

[/accordion_item]
[accordion_item title='Werkhervatting is zwakke schakel binnen zorgketen van hartrevalidatie']

Kennis over werkhervatting van personen met een hartprobleem is een zwakke schakel in de zorgketen, dit vormde tevens het uitgangspunt voor het project ‘Een Hart voor werk’

Vaak ontbreekt kennis over werkhervatting en de bijbehorende wettelijke regels bij het hartrevalidatieteam. Ook is de rol van de arbeidsgeneesheer als begeleider van het arbeidsre-integratieproces vaak onduidelijk. Bovendien is het hartrevalidatieteam niet in staat om extra tijd vrij te maken om mensen vanuit de revalidatie te ondersteunen bij het hervatten van hun werk.

Zo ontbreekt het vaak aan een effectieve communicatie tussen het hartrevalidatieteam en de arbeidsgeneesheer over de werkhervatting van de persoon met een hartprobleem.

[/accordion_item]
[/accordion]

 

 

 

Contact informatie

Adres

Collegestraat 60
2300 Turnhout

Telefoonnummers

+32 (0)498 15 60 51

+32 (0)14 72 86 56

Navigatie

  • Over ons
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Privacy Policy
  • Copyright
  • Methodiek
  • Partners
  • Events

ESF Validatie