Hartaandoeningen en gender

Hartaandoeningen en Gender

Beoordeel dit item
(4 stemmen)

[accordion][accordion_item title='Inleiding']

In het kader van het ESF-project werd een uitgebreide genderanalyse opgemaakt. De stuurgroep meent dat deze analyse relevante inzichten bevat voor revalidatiecentra. Hierbij een samenvatting van deze analyse.

Aanvankelijk meende de stuurgroep dat er weinig of geen verschillen zijn in de benadering van mannen en vrouwen met een hartziekte. Tot voor kort werd in de gezondheidszorg geen onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. De redenering was dat mannen en vrouwen gelijk zijn en dus een gelijke behandeling moeten krijgen. Toch werden er relevante verschillen tussen mannen en vrouwen vastgesteld. Wie patiënten gelijk wil behandelen, dient rekening te houden met de sekseverschillen.

Verschillen tussen mannen en vrouwen blijken steeds vaker een factor van belang te zijn bij behandeling van ziekten. Bij hartziekten is dit zeker het geval.

In wat volgt geven we een overzicht van vastgestelde verschillende benaderingen ten opzichte van mannen en vrouwen. Deze verschillen komen uit literatuuronderzoek, bevragingen van experten en uit eigen bevindingen uit het pilootproject. Een aantal verschillen zijn evenwel biologisch van aard.

[/accordion_item]
[accordion_item title='Biologische verschillen']

Aderverkalking (atherosclerose) wordt, volgens de nieuwste inzichten op dit gebied, veroorzaakt door een ontstekingsreactie van het lichaam. Aderverkalking is de voornaamste oorzaak voor het ontstaan van hart- en vaatziekten zoals een hartinfarct (myocardial ischemia of myocardiale ischemie), een herseninfarct of een andere ernstige vaatziekte zoals etalagebenen (met als symptomen vermoeidheid en kramp in de benen). Aderverkalking veroorzaakt een verharding van vaatwanden en op termijn leidt dit tot vernauwing van de bloedvaten. Dit leidt tot verminderde doorbloeding, waardoor de zuurstofaanvoer van de betreffende ledematen in het gedrang komt. Atherosclerose is de meest voorkomende oorzaak van angina pectoris en hartinfarct. Het veroorzaakt ischemische ziekten en is dus een pre-ischemische ziekte te noemen.

[/accordion_item]
[accordion_item title='Aandoeningen van de kransslagaders of coronaire aandoeningen']

a) Verschil in prevalentie tussen mannen en vrouwen inzake hart- en vaatziekten

Lang is gedacht dat hart- en vaatziekten een mannenziekte was maar de cijfers wijzen uit dat dit zeker niet het geval is. In Nederland blijkt de grootste veroorzaker van sterfte bij vrouwen, hart- en vaatziekten (33%) gevolgd door maligniteiten (26%) en ziekten aan de ademhalingsorganen (10%). Het is belangrijk dat er meer aandacht komt voor deze ziekteveroorzaker bij vrouwen zowel door de medici als de vrouwen zelf.

b) Een hartziekte ontwikkelt zich anders bij mannen dan bij vrouwen

Dit is een biologisch verschil. Hart- en vaatziekten ontstaan doordat aderen dichtslibben met plaque en kalkafzetting. Dit dichtslibben heeft te maken met allerlei factoren. Het gebeurt bijvoorbeeld sneller bij rokers of mensen met een hoge bloeddruk. Bij zowel mannen als vrouwen kunnen aderen dichtslibben en hartziekten ontstaan. Toch is er wel verschil tussen man en vrouw. Vrouwen ontwikkelen een hartziekte op een andere manier. Vrouwen hebben op jongere leeftijd minder vernauwingen in de vaten dan mannen, omdat zij dan nog beschermd worden door hun hormonen. Eenmaal na de overgang valt deze bescherming weg en neemt de hoeveelheid aderverkalking geleidelijk toe.

c) Er zijn een aantal vrouwspecifieke risicofactoren

Er zijn vrouwspecifieke risicofactoren zoals zwangerschapsdiabetes, zwangerschapshypertensie en een vroege menopauze.

  • De toename van overgewicht is bij vrouwen groter.
  • Diabetes type 2 verhoogt het risico op hart- en vaatziekten bij vrouwen sterker dan bij mannen.
  • Vrouwen die zwangerschapsdiabetes hebben gehad lopen zeven tot twaalf keer zoveel risico op het ontwikkelen van diabetes type 2 op latere leeftijd.
  • Het cholesterolgehalte en de bloeddruk stijgen bij vrouwen na de menopauze meer dan bij mannen van dezelfde leeftijd.
  • Vrouwen met een verhoogde bloeddruk tijdens de zwangerschap hebben eveneens een sterk verhoogd risico op het ontwikkelen van hypertensie voor de menopauze.
  • Vrouwen met een vroege menopauze (< 40 jaar) lopen een groter risico op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten.
  • Een hartinfarct op jonge leeftijd komt weinig voor bij vrouwen, maar de overlevingskans is veel kleiner dan bij mannen.
  • De belangrijkste risicofactor bij jonge vrouwen is roken. We zien dat vrouwen hierin een inhaalslag maken door op jonge leeftijd te starten met roken.

 

d) Hartklachten ontstaan doorgaans pas op latere leeftijd bij vrouwen

Vrouwen krijgen evenveel te kampen met hartziekten als mannen, maar op latere leeftijd. Dit heeft te maken met de natuurlijk aanwezige hormonen in de vruchtbare levensfase. Hierdoor begint het proces van aderverkalking bij vrouwen tien tot vijfien jaar later dan bij mannen. Na de overgang valt de beschermende invloed van deze hormonen weg. De bloeddruk en het cholesterol worden dan hoger. De kans op een hartinfarct voor het 55ste jaar is bij mannen twee à drie keer zo groot als bij vrouwen. Na de overgang wordt de kans met het stijgen der jaren groter.  Vrouwen zijn in principe beschermd tegen hartziekten tot hun menopauze, tenzij er sprake is van een erfelijke belasting, pilgebruik (dat moeilijk verdragen wordt),… Na de menopauze zijn vrouwen dus net extra vatbaar voor hartklachten/-ziekten onder invloed van slechte leefgewoonten,… (roken, weinig beweging, te hoge cholesterol,…)

e) Vrouwen met een hartziekte hebben een slechtere prognose

Vrouwen met een hartziekte bij hebben vaak een slechtere prognose, meer beperkingen en een hogere mate van morbiditeit na een hartinfarct in vergelijking met mannen. Hartfalen komt veel voor bij diegenen die een hartaandoening overleven. De belangrijkste lichamelijke beperkingen die hieruit voortvloeien zijn dyspnoe en moeheid. Vergeleken met mannen hebben vrouwen meer moeilijkheden met het uitvoeren van dagelijkse activiteiten en hebben een slechtere kwaliteit van leven (Davidson et al., 2003).

f) Meer vrouwen dan mannen sterven aan hart- en vaatziekten

Hart- en vaatziekten is de meest voorkomende doodsoorzaak voor mannen en vrouwen. Van alle sterfgevallen gaat het in 33% van de gevallen om sterfte als gevolg van hart- en vaatziekten. Er sterven meer vrouwen dan mannen aan hart- en vaatziekten (Koek et al., 2006). Het is dus geen typische aandoening voor mannen. Uit onderzoek blijkt ook dat vrouwen vaker sterven aan een beroerte dan mannen.  In 2009 zijn in Nederland 5.609 vrouwen en 3.460 mannen overleden aan de gevolgen van een beroerte. Beroerte is de belangrijkste doodsoorzaak van de hart- en vaatziekten bij vrouwen (27%).

g) Vrouwen kampen vaker met comorbiditeit bij hartaandoeningen

Vrouwen kampen vaker met comorbiditeit wanneer zij hartziekten ontwikkelen waardoor het moeilijker wordt snel een diagnose te stellen. Vaak stellen vrouwen het zoeken van professionele hulp uit.

Uit dit literatuuronderzoek kan geconcludeerd worden dat vrouwen bij aanvang van hartrevalidatieprogramma’s ouder zijn dan mannen, een lager lichamelijk activiteitenniveau hebben, meer te kampen hebben met comorbiditeit en een hoger risico hebben op psychosociale problemen. Ook nemen vrouwen minder deel aan hartrevalidatieprogramma’s. [/accordion_item]
[accordion_item title='Opleiding en kennis van Cardiologen']

a. Binnen de opleiding tot cardiologen wordt (ten onrechte) geen verschil gemaakt tussen mannelijke en vrouwelijke personen met een hartaandoening

Volgens Toine Lagro-Janssen zijn de meeste cardiologen niet geschoold in verschillen tussen mannen en vrouwen: “Dat vrouwen andere symptomen hebben bij een infarct, anders reageren op medicijnen: het komt niet aan de orde in de opleiding.” Professor Lagro-Jansen pleit er voor om aandacht voor genderverschillen structureel in te bedden in opleiding en nascholing.

b. De kennis van cardiologen is voornamelijk gebaseerd op onderzoek bij mannen

Bovendien is de kennis van cardiologen voornamelijk gebaseerd op onderzoek bij mannen. Zo blijkt uit een overzicht uit 2003 dat slechts 32 van 272 systematische reviews over risicofactoren en coronaire hartziekte, vrouwen als subgroep onderkenden.

c. Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in klinische cardiovasculaire trials

Ook uit het rapport Red Alert for Women’s Heart – Women and Cardiovascular Research in Europe van het European Heart Network blijkt een ondervertegenwoordiging van vrouwen in internationale, klinische, cardiovasculaire trials. Omdat er minder onderzoek naar vrouwen en hartproblemen gedaan wordt, trekken cardiologen vaak ten onrechte dezelfde conclusies bij vrouwen als bij mannen. Een gevolg van het niet herkennen van hartklachten is dat vrouwen onnodig overlijden aan een hartinfarct. Cardioloog Angela Maas denkt dat deze ‘onderbehandeling’ jaarlijks ongeveer honderd levens kost. Marina Senten, manager kennis en innovatie van de Nederlandse Hartstichting, betwijfelt of dit getal klopt, maar erkent dat artsen hartinfarcten bij vrouwen minder goed herkennen dan bij mannen. Zij stelt bovendien dat vanwege het feit dat bij vrouwen de kans op hart- en vaatziekten pas toeneemt vanaf de menopauze, de arts te vaak denkt, zeker bij vrouwen onder 50 jaar ‘dat het wel niet het hart zal zijn’.

d. Preventieve zorg is meer gericht op mannen

Uit onderzoek blijkt dat ook de preventieve behandeling van hart- en vaatziekten bij vrouwen achterblijft: aan mannen wordt meer preventieve zorg gegeven om de risicofactoren te controleren. Hierdoor wordt het risico op een infarct bij vrouwen minder verkleind dan bij mannen. Zo heeft volgens Maas de helft van de vrouwen boven de zestig jaar een hoge bloeddruk, maar worden ze daar niet of slecht voor behandeld.

Appelman geeft aan dat uit verschillende onderzoeken blijkt dat vrouwen met een hoogrisicoprofiel en een indicatie voor cholesterolverlagende middelen, deze medicatie te weinig en minder vaak krijgen voorgeschreven dan mannen. Maar ook bij aangetoond coronair lijden krijgen vrouwen minder vaak dan mannen preventieve medicatie voor-geschreven. Het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik IVM stelt dat bij angina pectoris duidelijk sprake is van onderbehandeling bij vrouwen.

[/accordion_item]
[accordion_item title='Gender en diagnostiek ']

a. De symptomen en klachten zijn anders bij vrouwen en mannen

Het klassieke symptoom van een hartinfarct is een beklemmende, drukkende pijn midden op de borst, die kan uitstralen naar de armen en kaken. Bij mannen kondigt een hartinfarct zich meestal zo aan. Maar bij vrouwen kunnen de symptomen anders en minder duidelijk zijn.

Vrouwen hebben bij een hartinfarct vaker klachten van misselijkheid en vermoeidheid. Bij oudere vrouwen kan de pijn op de borst zelfs helemaal ontbreken, waardoor zij eerder denken aan griep. Ook kortademigheid kan, bij vrouwen in de overgang, een voorteken zijn van een hartinfarct. Het gaat dan om acute kortademigheid in combinatie met pijn.

Bij jonge vrouwen blijft een hartinfarct nog wel eens onopgemerkt, omdat er vaak niet aan deze diagnose wordt gedacht. Ook artsen interpreteren de ‘vrouwelijke’ symptomen van een hartinfarct niet altijd correct.

Waarom hebben vrouwen andere symptomen? Dit ligt aan de vaak hogere leeftijd, het meer voorkomen van diabetes mellitus en het feit dat vrouwen meer fragiele vaten hebben. De atherosclerose is vaak diffuser en verspreid over langere trajecten. Bij vrouwen wordt vaker ischemie gezien bij een normaal angiogram. Het inspannings ECG is minder betrouwbaar bij vrouwen.

b. Herkenning van hartklachten verschilt bij mannen en vrouwen

Bij vrouwen worden hart- en vaatziekten minder goed opgemerkt dan bij mannen, aangezien cardiologen en huisartsen onvoldoende rekening houden met het verschil tussen mannen en vrouwen met betrekking tot hart- en vaatziekten. Hierdoor wordt de juiste diagnose gemiddeld later gesteld en is de prognose slechter. Artsen gaan er nogal eens ten onrechte van uit dat bepaalde hartklachten als vermoeidheid, duizeligheid, traagheid en hartkloppingen verschijnselen van de overgang of van een burn-out zijn. Cardioloog Angela Maas zegt hierover: “Vrouwen voelen zich vaak onbegrepen bij klachten. Te vaak worden die aan de overgang toegeschreven.”

c. De diagnostiek voor hartklachten is minder betrouwbaar bij vrouwen

Een ander probleem is dat de gebruikelijke diagnostiek voor hartklachten bij vrouwen minder betrouwbaar is. De sensitiviteit en specificiteit van de inspanningstest en het ECG zijn bij vrouwen lager. De ECG-afwijkingen zijn anders en geven ook bij een hartinfarct minder afwijkingen aan dan bij mannen. Cardiologe Yolande Appelman legt uit dat de inspanningstest, waarbij de patiënt moet fietsen en zijn uithoudingsvermogen en mogelijk zuurstofgebrek worden gemeten, gebaseerd is op het inspanningsvermogen van mannen. De resultaten wijken bij vrouwen nogal eens af. De test zegt sowieso niet alles, maar zeker niet bij vrouwen. Laboratoriumonderzoek moet bij vrouwen en mannen dus anders worden geïnterpreteerd.

Bvb. Fabrikant Philips erkent dat onderzoeken voor de diagnose van coronaire hartziekten van oudsher ontwikkeld en getest zijn bij mannen. Bij vrouwen met hartaandoeningen treedt vaker schade op in kleinere bloedvaten en zij hebben minder vaak dan mannen last van arteriële blokkades. Hierdoor lijken vrouwen vaker ‘normale’ bloedvaten te hebben, ondanks dat hun vaten verslechteren. Philips heeft nu een nieuw soort cardiograaf ontwikkeld om ECG-filmpjes te maken. Omdat een ECG bij vrouwen anders geïnterpreteerd moet worden dan bij mannen, maakt het analyseprogramma van het apparaat onderscheid naar geslacht.

Bij de behandeling van hartfalen valt op dat de diagnostiek bij vrouwen minder uitgebreid is. Bij vrouwen wordt vaak aan symptoombehandeling gedaan terwijl bij mannen gekozen wordt voor een curatieve behandeling.

[/accordion_item]
[accordion_item title='Gender en hartrevalidatie']

a. Genderspecifieke verschillen bij hartrevalidatieprogramma’s

Een review van Todaro et al. (2004) beschrijft verschillen tussen mannen en vrouwen met hartziekten bij aanvang van een hartrevalidatieprogramma op fysiologisch, demografisch en psychosociaal gebied en op oefencapaciteit. Zo zijn vrouwen gemiddeld tien jaar ouder dan mannen en hebben minder vaak een partner. Ook is er bewijs dat vrouwen minder gunstige fysiologische kenmerken hebben zoals een hoge bloeddruk, diabetes en hogere cholesterolniveaus. Vrouwen hebben ook een lagere oefencapaciteit dan mannen.

b. Minder vrouwen nemen deel aan hartrevalidatieprogramma’s

Uit de praktijkervaring die de consulenten van GTB de voorbije maanden hebben opgebouwd in het cardiologisch revalidatiecentrum van het AZ Turnhout blijkt dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in het revalidatiecentrum. Uit het jaarverslag van het revalidatiecentrum van 2010 staan de volgende resultaten:

  • Totaal aantal revalidanten 2010: 185
  • Totaal aantal mannen 2010: 146
  • Totaal aantal vrouwen 2010: 39

Eén van de redenen hiervan is dat de inhoud van hartrevalidatieprogramma’s niet overeenkomt met de behoeften van vrouwen.

c. Vrouwen hebben meer aanmoediging nodig om de stap te zetten naar het revalidatiecentrum

In het hartrevalidatiecentrum heeft men de ervaring dat vrouwen soms meer aanmoediging nodig hebben om de stap te zetten naar revalidatie, maar eens stap is gezet zijn ze vaak erg overtuigd van de meerwaarde. Vroegtijdig afhaken van revalidatie gebeurt weinig bij vrouwen.

Het al dan niet verwijzen van hartpatiënten naar revalidatie is niet echt afhankelijk van het geslacht, eerder van de aard van de aandoening. Er zijn bovendien individuele verschillen tussen de cardiologen onderling; de ene verwijst al sneller voor revalidatie dan de andere. Sommige cardiologen blijken bijna standaard te verwijzen, andere zijn van mening dat bijv. na plaatsing van één of meerdere stent(s), revalidatie niet noodzakelijk is. Nochtans is het zinvol om zeker de eerste periode na de ingreep goed op te volgen om eventuele verwikkelingen tijdig op te vangen. Dit kan deels vanuit het hartrevalidatiecentrum worden opgenomen, zij hebben hierin een signaalfunctie.

d. Mannen willen zich meer bewijzen op vlak van fysieke mogelijkheden tijdens de revalidatie

In het revalidatiecentrum heeft men de ervaring dat mannen zichzelf willen testen en bewijzen op vlak van hun fysieke mogelijkheden. Als dit dan gepaard gaat met een beperkt ziekte-inzicht kan de werkelijkheid erg confronterend zijn. Vrouwen daarentegen willen vooral gerustgesteld worden, willen individuele aandacht, willen praten over hun bezorgdheden en angsten,… Vrouwen moeten zelfs net overtuigd worden om toch de fysieke revalidatie aan te vatten, waarna ze vaak zelf enorm verrast zijn van de resultaten die ze bereiken.

e. Vrouwen werden vroeger soms uitgesloten bij hartrevalidatieprogramma’s

In veel landen werden tot de jaren 90 alleen mensen toegelaten aan hartrevalidatie-programma’s die jonger waren dan 65-70, waardoor vrouwen buitengesloten werden omdat zij op oudere leeftijd hartziekten krijgen. Hierdoor zijn de standaarden die ontwikkeld zijn, vooral gebaseerd op de behoeften van mannen. Vrouwen hebben echter net zoveel baat bij hartrevalidatieprogramma’s als mannen.

f. Verschillen in deelname aan hartrevalidatieprogramma’s

Mogelijke redenen waarom vrouwen niet deelnemen aan, of voortijdig stoppen met hartrevalidatieprogramma’s zijn de kosten, comorbiditeit en familieverantwoordelijkheden. Ook door het gebrek aan steun van een partner en minder aanmoediging van zorgverleners zijn vrouwen minder geneigd te participeren aan revalidatieprogramma’s (Todaro et al., 2004). Het deelnemen aan een revalidatieprogramma neemt bovendien af naarmate mensen ouder worden.

De inhoud van de revalidatieprogramma’s komt onvoldoende overeen met de behoeften van vrouwen. Deze programma’s zijn ontwikkeld voor mannen met een nadruk op lichamelijke activiteiten. Vrouwen zouden liever hun eigen doelen stellen en niet sporten tot de grens van pijn en moeheid. Vrouwen hebben vooral behoefte aan groepen waarbij zij hun ervaringen kunnen delen met vrouwen in dezelfde situatie.

g. Vrouwen worden soms minder aanbevolen om deel te nemen aan revalidatie-programma’s

Het deelnemen aan een hartrevalidatieprogramma hangt mede af van de kracht van de aanbeveling van de behandelend arts. Aan oudere vrouwen wordt met minder kracht aanbevolen deel te nemen aan een revalidatieprogramma dan aan oudere mannen en zij nemen ook minder deel aan de programma’s dan mannen, hoewel zij hier evenveel baat bij kunnen hebben als mannen.

h. Vrouwen hebben een lager lichamelijk activiteitenniveau

Uit onderzoek blijkt dat lichamelijke activiteit een positieve invloed heeft op lichamelijk en psychisch functioneren, dit geldt zowel voor mannen als voor vrouwen (Tyni-Lenne et al., 1998). Bij aanvang van een hartrevalidatieprogramma hebben vrouwen een lager lichamelijk activiteitenniveau dan mannen en een lagere piekcapaciteit. Dit is te relateren aan de hogere leeftijd van vrouwen. Na participatie aan een revalidatieprogramma stijgt deze piekcapaciteit zowel bij vrouwen als bij mannen. Hoe lager de piekcapaciteit bij aanvang van de revalidatie, hoe meer deze zal stijgen (Bittner & Sanderson, 2003).

[/accordion_item]
[accordion_item title='Gender en psychosociale aspecten']

a. Vrouwen hebben meer last van gebrek aan sociale steun

Het blijkt dat vrouwen meer last hebben van gebrek aan sociale steun. Daaruit zou geconcludeerd kunnen worden dat zij meer behoefte hebben aan interventies en dat interventies bij hen waarschijnlijk meer effect zullen sorteren. Sociale steun verlaagt de kans op (her)opnames in het ziekenhuis, zorgt voor een lagere mortaliteit bij patiënten met hartfalen (vooral als er weinig huwelijksstress is), bevordert de kwaliteit van leven van de patiënt en doet depressieve klachten sneller verminderen. Daarnaast hebben depressieve patiënten met sociale steun een lagere mortaliteit dan zonder sociale steun, mogelijk door het positieve effect op zelfzorg. Zowel heropnames als cardiale mortaliteit hangen bij vrouwen sterker samen met gebrek aan sociale steun dan bij mannen. Vrouwelijke hartpatiënten lijken meer last te hebben van weinig steun in hun huwelijk dan mannelijke patiënten. Het is voor vrouwen belangrijk dat de thuissituatie onder controle is. Zij willen snel het huishoudelijk werk weer oppakken, vaak zonder hierbij hulp te vragen.

b. Vrouwen staan er vaker alleen voor dan mannen

Doordat vrouwen ouder zijn bij het ontwikkelen van hartziekten, zijn zij vaker weduwe. Ook zijn zij vaker afhankelijker van anderen. Het hebben van een sociaal netwerk is dus extra belangrijk (Davidson et al., 2003). Vrouwen willen hun omgeving niet belasten in hun copingstrategie. Zij zoeken steun bij hun kinderen, mannen zoeken steun bij hun partners.

c. Vrouwen hebben een hoger risico op psychosociale problemen

Uit de review van Davidson et al. (2003) blijkt echter dat vrouwen een hoger risico hebben op psychosociale problemen. Ze vertonen hogere angst- en depressieniveaus dan mannen. Deze psychosociale problemen kunnen invloed hebben op het behandel- en herstelproces. Ook uit een onderzoek van Josephson et al. (2006) blijkt dat vrouwen bij aanvang van een revalidatieprogramma meer depressieve symptomen vertonen dan mannen. Deze symptomen dalen bij alle deelnemers van revalidatieprogramma’s maar de daling is met name evident bij vrouwen. De psycholoog die deel uitmaakt van het multidisciplinair team in het cardiologisch revalidatiecentrum moet zich hiervan bewust zijn en kan op basis daarvan de gepaste acties ondernemen.

d. Vrouwen hebben meer behoefte aan een gesprek aan met de psycholoog tijdens de revalidatieperiode

Uit het jaarverslag van 2010 van het cardiologisch revalidatiecentrum van UZ Turnhout halen we het percentage mannen en vrouwen die tijdens de revalidatieperiode een gesprek aangingen met de psychologe. Hieruit blijkt dat:

  • 36% van de mannen, een gesprek met de psycholoog voerde.
  • 46% van de vrouwen voerde een gesprek met de psycholoog.

Ook de onderwerpen die aan bod komen bij de psycholoog verschillen op genderniveau. De onderwerpen die aan bod kwamen: rookstop: 32% bij de mannen, 39% bij de vrouwen. Stress, angst, depressie: 49% bij de mannen, 56% bij de vrouwen.

e. Vrouwelijke hartpatiënten raken sneller in een depressie dan mannen

Vrouwen ontwikkelen na het doormaken van een cardiaal incident vaker en ernstigere depressieve en angstklachten. Vrouwen lijken bij aanwezigheid van angst bovendien een slechtere prognose te hebben dan mannen.

f. Mannen en vrouwen hebben verschillende copingstrategieën

Mannen gebruiken emotiegerichte, fatalistische en ontwijkende strategieën terwijl vrouwen hoopvol zijn over de toekomst en optimistischer strategieën gebruiken waarbij de ziekte wordt gezien als een tweede kans in het leven (Evangelista et al., 2001).

g. Vrouwen communiceren anders over hun ziektebeeld dan mannen

Vrouwen en mannen communiceren verschillend. Vrouwen nemen vaak meer de tijd voor details en achtergronden. En ze voelen zich eerder onzeker over klachten die zij niet goed kunnen thuisbrengen. Dit kan de communicatie verstoren met hulpverleners.

Psychologisch/psychotherapeutische interventies met groepstherapie en/of individuele begeleiding voor algemene patiënten na een cardiaal event laten significant meer positieve effecten voor vrouwen zien dan mannen.

h. Genderspecifieke verschillen in acceptatie van het ziektebeeld

Vrouwen rapporteren over het algemeen vaker dan mannen dat ze de situatie (ziekte, beperkingen) hebben geaccepteerd, en dat ze er positief tegenover staan.

[/accordion_item]
[accordion_item title='Gender en werkhervatting']

a. Vrouwen hervatten het werk minder snel dan mannen

De bevindingen met betrekking tot sociaal-demografische kenmerken van hartpatiënten in relatie tot werkhervatting komen overeen met de bevindingen in de algemene bevolking. In het algemeen hervatten oudere werknemers na ziekteverzuim minder snel. Hoewel ouderen minder verzuimen, verzuimen ze, als ze verzuimen, langer. Dit heeft ermee te maken dat de gezondheidsproblemen vaak ernstiger zijn, hierdoor duurt het herstel langer. Ook zijn er daardoor meer werkaanpassingen nodig. Deze werkaanpassingen zijn niet altijd goed mogelijk. Ook vinden we in de algemene populatie dat vrouwen het werk minder snel hervatten dan mannen. Dit wordt verklaard door een complex aan factoren. Een belangrijke reden is, dat vrouwen over het algemeen werk doen waarin het relatief wat minder gemakkelijk is te re-integreren dan mannen qua sector en functieniveau.

De projectgroep is van mening dat bij vrouwen intensievere begeleiding geboden moet worden bij arbeidsre-integratie, omdat ze over het algemeen minder snel het werk hervatten. Trajectbegeleiders dienen hier de nodige aandacht aan te besteden en de gepaste acties te ondernemen.

b. Vrouwen hebben minder kansen op een succesvolle re-integratie naar werk

Vrouwelijke patiënten met coronaire hartziekte hebben een lagere kans op succesvolle re-integratie naar betaald werk. Daarnaast blijkt dat ook oudere en niet-blanke patiënten met coronaire hartziekte een lagere kans hebben op succesvolle re-integratie naar betaald werk. Vrouwelijke patiënten met coronaire hartziekte hebben een lagere kans op succesvolle werkhervatting. Dit geldt ook voor oudere patiënten en niet-blanke patiënten. Er wordt gevonden dat parttime werkenden, en dat betreft de meerderheid van de vrouwen, minder vaak hervatten, maar dat kan verklaard worden doordat zij zich om persoonlijke redenen helemaal terugtrekken uit de arbeidsmarkt.

Trajectbegeleiders dienen de nodige acties te nemen om alle patiënten die opnieuw aan de slag willen te ondersteunen naar een succesvolle re-integratie.

[/accordion_item]
[/accordion]

 

 

 

Contact informatie

Adres

Collegestraat 60
2300 Turnhout

Telefoonnummers

+32 (0)498 15 60 51

+32 (0)14 72 86 56

Navigatie

  • Over ons
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Privacy Policy
  • Copyright
  • Methodiek
  • Partners
  • Events

ESF Validatie